Een implantaat kunt u vergelijken met een kunstwortel, welke op de plaats
gezet kan worden van de wortel van de tand of kies die is verloren gegaan.
Over het algemeen zijn implantaten gemaakt van titanium en hebben ze de
vorm van een schroef, zie de bovenstaande afbeelding..
Titanium is heel biocompatibel, dat wil zeggen dat het lichaam het niet
afstoot, waardoor het bot er direct tegen aan kan groeien, dit proces wordt
osseointegratie genoemd. Van veel implantaten is het titanium oppervlak
bewerkt wat de botgroei rondom het implantaat versnelt en waardoor deze
na de inheling ook vaster in het bot zal zitten. Tegenwoordig helen de implantaten
in +/- 95% van de gevallen succesvol in, bij o.a. botherstel operaties,
rokers en diabeten liggen deze percentages wat lager.
Implantaten zijn in verschillende doorsneden en lengten verkrijgbaar.
De lengte en doorsnede van het implantaat zal gekozen worden aan de hand
van de hoeveelheid beschikbaar bot, maar tevens zal de implantoloog de
diameter laten afhangen van het te vervangen gebitselement. Een ondersnijtand
zal met een smal implantaat vervangen moeten worden en een kies zal idealiter
met een breder implantaat vervangen worden. Mocht de breedte van de kaakwal
niet voldoende zijn dan bestaan er nog mogelijkheden om deze te verbreden.
Over het algemeen hebben de implantaten een doorsnede tussen de 3 en 6
mm en de lengten variëren ongeveer tussen de 7 en 16 mm.
Waar kunnen implantaten voor gebruikt worden?
Implantaten kunnen in zeer veel situaties worden toegepast, variërend
van steunpunt voor een beugel tot een drukknop onder een kunstgebit. Hieronder
een aantal veel voorkomende situaties:
Enkeltandsvervanging
Wanneer één tand of kies ontbreekt, kan op deze plek een
implantaat in het bot worden geplaatst waarna op het implantaat een kroon
kan worden geschroefd of vastgelijmd. Hierdoor wordt het ontbrekende gebitselement
vervangen zonder dat aan de aangrenzende tanden of kiezen geboord hoeft
te worden.
Een brug op implantaten
In dit geval ontbreken meerdere gebitselementen. Om een niet uitneembare
en dus vaste vervanging te maken zijn in dit geval drie implantaten geplaatst,
waarover heen een drie-delige brug is vastgelijmd.
Het is niet altijd nodig om voor elk ontbrekend gebitselement een implantaat
te plaatsen; bijvoorbeeld een drie-delige brug kan soms ook op twee implantaten
geplaatst worden, de behandelend tandarts-implantoloog kan dit in uw individuele
situatie beoordelen.
Verankering voor een klikgebit
Een kunstgebit dat vastklikt op implantaten wordt
een overkappingsprothese genoemd. In de kaak worden over het algemeen
twee of vier implantaten geplaatst. Op deze implantaten kunnen drukknopjes,
zie bovenste afbeelding links of een staaf-huls constructie geplaatst
worden, zie bovenste afbeelding rechts.
In de prothese is ruimte gemaakt en er bevinden zich hulzen die om de staaf
heen klikken. Hierdoor kan de prothese afsteunen op de implantaten en zal
deze veel beter op zijn plaats blijven zitten.
Wanneer kunnen implantaten geplaatst worden?
Wanneer bij iemand het kaakbot uitgegroeid is (ongeveer vanaf 18 jaar)
kunnen in principe implantaten geplaatst worden. Er zijn echter meer voorwaarden
waaraan voldaan moet worden:
Is er voldoende (gezond) kaakbot?
Wanneer een tand of kies wordt getrokken, zal het kaakbot gaan slinken.
De kaak wordt smaller, maar ook lager. Implantaten moeten mede afhankelijk
van de botkwaliteit en de hoeveelheid krachten die ze te verduren gaan
krijgen, een minimale lengte hebben. De bothoogte is afhankelijk van de
grootte van de kaak maar andere zaken zoals o.a. zenuwen of kaakbijholtes
kunnen de hoogte ook beperken. In het geval van te weinig hoogte t.p.v.
een kaakbijholte kan er nog een procedure worden uitgevoerd waarbij de
kaakbijholte wordt opgevuld met bot (sinus-lift)
Het schroefdeel van het implantaat moet volledig in het kaakbot geplaatst
worden en in geslonken kaken kan dat niet altijd. De kaak is dan meestal
aan de wangzijde te smal geworden waardoor het implantaat daar niet volledig
bedekt is met bot. De implantoloog kan dan (ook tegelijkertijd) een botherstel
operatie uitvoeren om dit op te lossen (Guided Bone
Regeneration).
Guided bone regeneration
In de bovenste afbeelding is te zien dat een deel van de schroef
van het implantaat aan de linkerkant niet bedekt is met bot. Na het
plaatsen van het implantaat zal de implantoloog het gebied waar te weinig
bot is opvullen en bedekken met soort van velletje, wat een membraan
wordt genoemd. Het membraan beschermt het nieuw te vormen bot; het materiaal
onder het membraan kan o.a. lichaamseigen bot zijn, maar ook donorbot,
kunstbot en runderbot. Naar gelang de situatie en de hoeveelheid benodigd
bot, zal er een van (of een combinatie) van de eerder genoemde materialen
gebruikt worden. Deze techniek wordt Guided Bone
Regeneration genoemd (GBR).
In de bovenstaande afbeelding is na het plaatsen van het implantaat
een gedeelte niet bedekt door bot. Het botdefect wordt opgevuld met
(kunst)bot en bedekt met een membraam. Hoewel niet afgebeeld, zal het
tandvlees hier weer overheen gehecht worden en zal het lichaam over
het algemeen drie tot zes maanden nodig hebben om voldoende nieuw bot
te vormen.
Is het tandvlees rondom de overige tanden
en kiezen gezond?
Ontsteking van het tandvlees, parodontitis genaamd, zal eerst behandeld
moeten worden voordat implantaten geplaatst kunnen worden. De bacteriën
die deze tandvleesontsteking veroorzaken kunnen namelijk ook de weefsels
rondom de implantaten infecteren en daardoor ontsteking en botverlies
veroorzaken.
Is de lichamelijke gesteldheid voldoende?
Ziekten of medicijnen die een negatieve invloed hebben op de afweer kunnen
een reden zijn om niet te implanteren.
Mensen die een hart- of herseninfarct hebben gehad, slikken vaak bloedverdunners;
tijdens het zetten van de implantaten zal dit tijdelijk gestopt moeten
worden, in overleg met de arts of trombosedienst is dit over het algemeen
geen probleem.
Om het tandvlees rondom de implantaten gezond te houden moeten ze goed
gepoetst worden, indien de verwachting is, dat dit door de lichamelijke
of geestelijke gesteldheid niet goed mogelijk is, zal ook van de ingreep
afgezien kunnen worden.
Er zijn ook factoren die de kans op succes wat kleiner maken zoals o.a.
roken en suikerziekte. In overleg met de patiënt kan de ingreep wel
uitgevoerd worden, maar is men zich wel bewust van het lagere slagingspercentage.
Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
De behandeling bestaat uit een aantal fases. Allereerst zal worden begonnen
met het onderzoek en bespreken van het mogelijke behandelplan, in de volgende
fase zullen de implantaten operatief worden ingebracht. Indien noodzakelijk
zal na het vastgroeien een tweede ingreep volgen om het implantaat ‘boven
het tandvlees’ te halen. In de laatste fase wordt de constructie,
bijv. een brug op implantaten, gemaakt.
Onderzoek
Orthopantomogram (OPG)
Röntgenopnames spelen een belangrijke rol bij de planning van de
ingreep. Op een panorama röntgenfoto (OPG) kan de implantoloog goed
de afstand tot anatomische structuren zoals een belangrijke zenuw in de
onderkaak of de kaakbijholte in de bovenkaak, inschatten. In moeilijkere
gevallen kunnen er meer opnames worden gemaakt zoals een CT-scan, waarbij
het zelfs mogelijk is m.b.v. de computer de positie van de implantaten
driedimensionaal te plannen.
Door de mond te onderzoeken kan o.a. een inschatting worden gemaakt van
de breedte van de kaakwal, maar ook van bijv. de manier waarop de tanden
en kiezen op elkaar bijten. Soms worden er afdrukken genomen zodat de
tandtechnieker een proefopstelling kan maken en/of een boormal.
De lichamelijke gezondheid wordt met de patiënt doorgenomen en een
behandelvoorstel met de eventueel mogelijke complicaties besproken en/of
later schriftelijk toegestuurd.
Inbrengen van de implantaten
Het gebied waar de implantaten geplaatst zullen worden, wordt plaatselijk
verdoofd met de ‘normale’ tandartsverdoving. In uitzonderingsgevallen
waar de implantaten tegelijkertijd met bijv. heupbot worden aangebracht
zal de operatie onder narcose bij de kaakchirurg gedaan worden.
Het tandvlees wordt op de plek waar het implantaat komt, losgemaakt
en opgeklapt, waardoor het kaakbot zichtbaar wordt. Vervolgens wordt een
gaatje in het kaakbot geboord. De eerste boor, die gebruikt wordt is smal,
de volgende boor is echter iets breder, dit wordt herhaald totdat het
boorgat breed genoeg is om het implantaat erin te draaien. De boren worden
gekoeld met infuusvloeistof wat een beetje zout smaakt.
Het tandvlees wordt met behulp van hechtingen weer gesloten, mochten meer
implantaten worden aangebracht dan zullen deze bijna altijd tijdens dezelfde
behandeling worden ingebracht.
Een implantaat kan na de operatie door het tandvlees heen steken, wat
een 1-fase inheling wordt genoemd of volledig door het
tandvlees bedekt zijn, wat een 2-fase inheling wordt
genoemd.
Bij een 1-fase inheling hoeft het tandvlees niet nogmaals opengemaakt
te worden en kan na inhelingsfase direct een afdruk genomen worden van
het implantaat.
Bij een 2-fase inheling wordt na het maken van een klein sneetje het implantaat
opgezocht en daarop een ‘dopje’ (healing abutment) geschroefd
dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze tweede operatie is vaak een kleine
ingreep, welke weinig nabezwaren geeft.
De keuze van een 1-fase of 2 fase inheling is mede afhankelijk van het
gebruikte implantaatsysteem, maar andere omstandigheden, zoals o.a. een
botherstel operatie of een implantaat in een cosmetisch gebied, kunnen
redenen zijn om voor een 2-fase inheling te kiezen. Welke aanpak voor
uw specifieke situatie de beste is, zal uw implantoloog met u overleggen.
De nabezwaren van de implantaatoperatie kunnen van persoon tot persoon
wisselend zijn. Het plaatsen van een implantaat in een gebied met voldoende
bot en tandvlees zal over het algemeen niet veel klachten veroorzaken,
uitgebreidere ingrepen zouden enkele dagen klachten kunnen geven. Bot
zelf bevat geen zenuwen en is dus niet gevoelig voor pijn, de mogelijke
pijn is dus afkomstig van het omgevende tandvlees/ weke delen. De voorgeschreven
pijnstillers zullen helpen de pijn de pijn te bestrijden, in veel gevallen
is tevens een mondspoelmiddel en een antibioticum verstrekt.
Mochten de implantaten onder een kunstgebit zijn geplaatst dan kan het
tandvlees 1 tot 2 weken gevoelig zijn. Het is dan ook aan te raden om
in die periode zacht voedsel te eten en het kunstgebit alleen te dragen
als het noodzakelijk is.
De inhelingsfase
Het bot heeft een bepaalde tijd nodig om tegen het oppervlak van het
implantaat aan te groeien, waardoor deze voldoende vast zal gaan zitten
zodat er een bijv. een kroon of een drukknopje voor een kunstgebit opgezet
kan worden. De meest gebruikte inhelingstijd bedraagt voor de onderkaak
drie maanden en voor de bovenkaak zes maanden.
Tegenwoordig o.a. door verbetering van de implantaatoppervlakken propageren
enkele systemen inhelingstijden (in ideale omstandigheden!!!) van zes
tot acht weken. Zelfs het direct belasten van het implantaat wordt tegenwoordig
gedaan. Dit is voornamelijk mogelijk bij de behandeling met implantaten
van een tandeloze onderkaak, op andere plaatsen in de mond lijkt het erop
dat het toch ten koste gaat van het slagingspercentage.
De restauratiefase
Nadat het implantaat tijdens de inhelingsfase stevig in het bot is vastgegroeid,
kan er een afdruk van genomen worden.
Op het implantaat worden afdrukstiften gezet die meekomen in de afdruk.
Uiteindelijk maakt de tandtechnieker hier een gipsen model van waar nauwkeurig
de positie van de implantaten in is overgebracht.
Op het gipsmodel wordt de kroon, brug of kunstgebit gemaakt, waarna het
werk in de mond kan worden geplaatst.
Voor een kroon of een brug wordt er vaak een opbouw op het implantaat vastgedraaid,
deze opbouw wordt een abutment genoemd. De uiteindelijke kroon zal als een
soort van dopje over het abutment heen worden vastgelijmd. Met dank aan
een Japanse tandarts-implantoloog is er een flash animatie beschikbaar waar
schematisch het principe in wordt duidelijk gemaakt:
Een kroon of brug kan over het algemeen binnen twee tot drie weken na
de eerste afdruk geplaatst worden; de vervaardiging van een kunstgebit
(overkappingsprothese) duurt langer, ongeveer vier tot zeven
weken.
Tijdens de nazorg-fase zal het implantaat over het algemeen om het halfjaar
gecontroleerd moeten worden door een tandarts. Uiteraard is het belangrijk
dat het implantaat goed gepoetst en schoongemaakt wordt.
Kosten
De kosten van een constructie op implantaten kunnen sterk uiteen lopen.
Dit is ondermeer afhankelijk van de tandtechniekkosten, het gebruikte
implantaatsysteem en methode. Ook de uitgebreidheid van de behandeling
heeft daar invloed op, een grote brug met extra botherstel operatie zal
duurder zijn dan een enkele kroon op een implantaat zonder botherstel
operatie.
Grofweg zou je kunnen zeggen dat een kroon op een implantaat, zonder extra
ingrepen, ongeveer tussen de 1400 en 2000 euro kost. Mochten meerdere
tanden en/of kiezen met een implantaatbrug vervangen moeten worden dan
zullen de kosten hoger liggen. Een consult bij een implantoloog kan uw
meer duidelijkheid verschaffen.
Een overkappingprothese op twee implantaten zal grofweg rond de vierduizend
euro kosten, maar kan grotendeels vergoed worden door uw verzekeringsmaatschappij.
De tandarts-implantoloog zou een voorstel hiervoor kunnen indienen bij
uw verzekering. Uw eigen tandarts of tandprotheticus kan u door verwijzen
naar een implantoloog.
Driedimensionale animatiefilm
Klik op de afbeelding om een uitgebreide animatie te downloaden (4,5MB)
over het inbrengen van een implantaat ten behoeve van een kroon.